Menu

“Wethouder, de eerste politicus”

De wethouder is de eerste politicus en dus het eerste gezicht van de overheid. Dat beeld moeten we proberen tussen de oren te krijgen. Die boodschap gaf minister van Binnenlandse Zaken Ronald Plasterk mee aan de Wethoudersconferentie 2016. 

Ronald Plasterk, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, was als speciale spreker op de Wethoudersconferentie in Groenekan aanwezig. De bewindsman greep zijn aanwezigheid aan om nog een paar dingen te zeggen. Hij begon met een compliment aan de VNG die er uitstekend in is geslaagd om het beeld van de gemeente als eerste bestuurslaag in het hoofden van de mensen te zetten.

“Mijn suggestie is: de wethouder is de eerste politicus, het eerste gezicht van de overheid. Laten we proberen dat tussen de oren te krijgen”, aldus Plasterk.

Glans voor de schipperende wethouder

De wethouder als eerste politicus wordt volgens de bewindsman geconfronteerd met een aantal ontwikkelingen die druk zetten op het werk van de wethouder. Zo is er minder waardering voor de wethouder die in het werk van alle dag compromissen moet sluiten en budgettaire grenzen moet bewaken dan voor de politici die beloven dat als zij aan de macht zijn de kloof tussen politiek en inwoners verdwijnt. “De schipperende politicus heeft minder glans dan de charismatische politicus want als je compromissen sluit gaan de glans er af.”.

Maar het is wel belangrijk, zo betoogde Plasterk, dat dat politieke handwerk door wethouders wordt gedaan en wordt gewaardeerd. “De uitgaven voor zorg en sociale zekerheid zitten nu ook in het lokaal bestuur. Dat is een grote verandering en u bent er goed in geslaagd dat proces fatsoenlijk te doen. Ik ben ook heel blij dat er op de invoering van de decentralisaties geen partijpolitieke spelletjes zijn gemaakt.”

Depolitiserende tendensen

Er kleeft aan die praktische zakelijke aanpak door wethouders wel een nadeel, zo constateerde de bewindsman. Het is ook een vorm van depolitisering, net zoals de mogelijkheid dat je van het wethouderschap een vak kunt maken dat je ook in een andere dan je eigen gemeente kan uitoefenen. En dan is er nog een derde vorm van depolitisering: inwoners in allerlei vormen (Code Oranje, G1000, etc.) eisen een rol op. “Mijn pleidooi: wees blij dat burgers betrokken willen zijn. U bent vrij om extra stoelen in de raadszaal te zetten, vrij om voor de besluitvorming in de raad te kijken met welke vorm van burgerparticipatie u komt en u bent vrij in hoe u met de stukkenstroom omgaat. In principe is het een verrijking wanneer inwoners meedoen. Het zet wel druk op het wethouderschap om zo zakelijk mogelijk de zaken te doen.”

Ondersteuning

De bewindsman erkende dat hij vanuit zijn eigen PvdA op zijn kop krijgt als hij voor de ondersteuning van wethouders, raadsleden en anderen onder meer steun geeft aan de Wethoudersvereniging. Zijn standpunt is echter dat het ondersteunen en versterken van de democratie niet op gespannen voet staat of je deel uitmaakt van een politieke stroming dan wel je inzet voor het belang van het openbaar bestuur. De wethouder heeft daarbij zakelijker en met meer vakmanschap een spilfunctie, luidde de analyse van de minister. “U moet als eerste politicus met de onvrede omgaan. U krijgt veel voor de kiezen maar u bent ook in de positie om daaraan wat te veranderen. Dat de wethouders daarom alles afwegende die kant op gaan is van belang voor het vertrouwen van de mensen in de democratie.”

U bent hier

Deel deze pagina