Menu

Verhuisplicht en verhuiskosten

Verhuisplicht

Wethouders zijn verplicht in de gemeente te wonen waar zij wethouder zijn. Een te benoemen wethouder hoeft niet uit de gemeente zelf te komen, maar zal na benoeming wel daar moeten gaan wonen.

Ontheffing woonplaatsvereiste

De gemeenteraad kan een wethouder voor één jaar ontheffing verlenen van het woonplaatsvereiste. Na een jaar ontheffing van de woonplaats, kan de raad jaarlijks de ontheffing verlenen. De ontheffing van het woonplaatsvereiste is vanaf het tweede jaar jaarlijks in bijzondere gevallen mogelijk en dient gemotiveerd te worden.

Daarmee is de wetgever tegemoet gekomen aan de situatie dat een tussentijdse vacature tegen het einde van de raadsperiode ook tot gevolg zou hebben dat een wethouder van buiten de gemeente moet verhuizen in de wetenschap dat hij bij de eerstkomende raadsverkiezingen niet opnieuw voor benoeming in aanmerking komt of wil komen. Het is in strijd met de geest van het betreffende wetsartikel en de bedoeling van de ontheffingsmogelijkheid dat de ontheffing een structureel karakter krijgt.

Verhuiskosten

Een wethouder heeft bij zijn benoeming, wanneer hij van buiten de gemeente komt, recht op een verhuiskostenvergoeding. Een wethouder heeft een keer recht op de verhuiskostenvergoeding. Voor wethouders zijn er daarnaast ook voorzieningen voor reis- en pensionkosten en dubbele woonlasten.

Verhuiskosten in samenhang met ontheffing woonplaatsvereiste

Het recht op een tegemoetkoming voor de verhuiskosten dient door de raad bekrachtigd te zijn in een lokale verordening rechtspositie wethouders.
 De hoogte van de vergoeding is geregeld in de Regeling rechtspositie wethouders. De maximumvergoeding voor de andere uit de verhuizing voortvloeiende kosten, waaronder het inpakken en uitpakken van (breekbare) goederen, is vastgesteld op € 5.818,46.
 In het algemeen geldt dat de verhuiskosten een directe relatie moeten hebben met de verhuizing. De hoogte van de verhuiskostenvergoeding wordt aangepast op dezelfde manier als de verhuiskostenvergoeding op basis van het Verplaatsingskostenbesluit 1989, dat geldt voor de sector Rijk. De wethouder moet wel met bewijsstukken aantonen dat hij recht heeft op de tegemoetkoming.

 Expliciet is bepaald dat kosten voor de inrichting van de woning en tijdelijke opslag als 'andere direct uit de verhuizing voortvloeiende kosten' mogen worden aangemerkt, maar kosten in verband met aan- en verkoop of de verbouwing van de woning niet.
 De aanbeveling is om voor de kosten voor het verhuizen van de inboedel minimaal drie offertes op te vragen bij verhuisondernemingen. Voor het aanvangstijdstip van de verhuiskostenvergoeding is de datum van benoeming leidend.

Redelijk gemaakte kosten - opvragen drie offertes

In het algemeen geldt dat de verhuiskosten in redelijkheid moeten zijn gemaakt, een relatie moeten hebben met de verhuizing en inzichtelijk moeten worden gemaakt. De wethouder moet dus met bonnen kunnen aantonen dat de kosten ook daadwerkelijk gemaakt zijn. Expliciet is bepaald dat kosten voor de inrichting van de woning en tijdelijke opslag als 'andere direct uit de verhuizing voortvloeiende kosten' mogen worden aangemerkt, maar kosten in verband met aan- en verkoop of de verbouwing van de woning niet.

Voorbeelden van kosten voor de inrichting van de woning zijn die voor het aanbrengen van vaste vloerbedekking, gordijnen, behang, schilderwerk binnen en beperkte aanpassingen in de woning om deze voor het gezin geschikt te maken. Kosten voor het opknappen van de tuin en het aanbrengen van dubbel glas staan daarentegen te ver af van de verhuizing. Deze mogen dus niet vergoed worden. Het verdient sterk de voorkeur om bij minimaal drie verhuisbedrijven offertes op te vragen voor de verhuizing van de inboedel.

Regeling Reis- en pensionkosten

Zolang de wethouder zich niet heeft ingeschreven in de nieuwe gemeente en daarnaast een ontheffing heeft van het woonplaatsvereiste (vergt een expliciet besluit van gemeenteraad) kan hij of zij een tijdelijke woonruimte betrekken in de nieuwe gemeente. In dat geval heeft de wethouder recht op een vergoeding van de kosten voor de tijdelijke huisvesting met een maximum van 18% van de bruto bezoldiging.

Pensionkosten
Pensionkosten zijn kosten voor een tijdelijk verblijf in een hotel, appartement of pension. Een tijdelijk verblijf is woonruimte die niet bedoeld is voor permanente bewoning. en heeft een overbruggingskarakter.  Het kan ook een door de gemeente tijdelijk ter beschikking gestelde woonvoorziening betreffen. Tot de pensionkosten worden ook gerekend de kosten voor gas, elektriciteit en water. Andere kosten, zoals die van levensonderhoud, wassen en strijken, parkeerplaats of lokale heffingen, komen niet voor vergoeding in aanmerking.

Reiskosten
Daarnaast kan de wethouder de reiskosten declareren van maximaal één retour per week naar zijn of haar huis in de oude gemeente. De vergoeding is gelijk aan de kosten voor openbaar vervoer of bij gebruik van de eigen auto € 0,15 /km.

Onder 'kosten voor openbaar vervoer' vallen de kosten van een voor éénieder openstaand personenvervoer volgens een dienstregeling met een auto, bus, trein, metro, tram of via een geleidesysteem voortbewogen voertuig, dan wel met een veerpont of veerboot. De kosten voor een (trein-)taxi vallen dus buiten deze omschrijving.

Einde pensionkostenregeling
De periode waarin de wethouder gebruik kan maken van de reis- en pensionkostenvergoeding is gemaximeerd op de duur van de ontheffing van het woonplaatsvereiste.

Meer informatie

Rechtspositiebesluit wethouders (artikel 22)
Regeling Rechtspositie wethouders (artikel 1)

Vergoeding dubbele woonlasten

De wethouder is wettelijk verplicht zich zo snel mogelijk te vestigen in de nieuwe gemeente. De wethouder kan door die vestiging echter worden geconfronteerd met dubbele woonlasten.
 De wethouder heeft vanaf zijn benoeming maximaal drie jaar recht op een tegemoetkoming voor dubbele woonlasten als hij actief bezig is zijn oude koopwoning te verkopen én ook enige vorm van huisvesting heeft in de nieuwe gemeente waarvoor hij kosten maakt.

Voor de aanspraak op de tegemoetkoming maakt het niet uit of de wethouder in de nieuwe gemeente huurt of koopt.

Voorwaarden
 Indien er voldaan wordt aan de volgende voorwaarden ontvangt de wethouder een tegemoetkoming dubbele woonlasten ten laste van de gemeente:
 1. de wethouder staat ingeschreven in de basisregistratie personen van de nieuwe gemeente
 2. er is sprake van een huis in eigendom in de oude gemeente;
 3. eventuele huurinkomsten uit de woning in de oude gemeenten worden in mindering gebracht op de hypotheekrente en er  resteert een bedrag dat voor rekening komt van de wethouder;
 4. het huis staat duidelijk te koop (via internet, aangemeld bij makelaar e.d.);
 5.er is sprake van huisvesting (huur of koop) in de nieuwe gemeente binnen drie jaar na de benoeming.

Aanspraak
De aanspraak gaat in op de eerste dag van de maand na de benoeming waarop de dubbele woonlasten zijn ontstaan. De aanspraak eindigt op de eerste dag van de maand waarin het oude huis is verkocht, maar uiterlijk drie jaar na de benoeming.

Hoogte tegemoetkoming
De tegemoetkoming is nooit meer dan de werkelijke woonlasten van de wethouder in de nieuwe gemeente. De aanwezigheid van woonlasten van het oude koopwoning is uitsluitend van belang als voorwaarde voor de tegemoetkoming. Met woonlasten zijn bedoeld de hypotheekrente, de huur of de vermindering van de bezoldiging in verband met een ambtswoning. Daarnaast horen de kosten voor gas, water en elektriciteit ook tot de woonlasten die voor de hoogte van de tegemoetkoming in aanmerking komen. Eventuele huurinkomsten van het huis in de oude gemeente worden in mindering gebracht op de  hypotheekrente.

De hoogte van de tegemoetkoming is gemaximeerd op 18% van de bruto bezoldiging Het maximumpercentage van de tegemoetkoming blijft gedurende de gehele periode op dezelfde hoogte.

Reiskosten gezinsbezoek
Daarnaast kan de wethouder de reiskosten declareren van maximaal één retour per week naar zijn of haar huis in de oude gemeente. De vergoeding is gelijk aan de kosten voor openbaar vervoer of bij gebruik van de eigen auto € 0,15 /km.  

De duur van de aanspraak is gekoppeld aan de verkoop van het huis in de oude gemeente met een maximumduur van drie jaar na de benoeming.

Meer informatie

Wet- en regelgeving via wetten.nl/zoeken 
Gemeentewet (artikel 36a)
Rechtspositiebesluit wethouders (artikel 22)
Regeling Rechtspositie wethouders (artikel 2)

 

U bent hier

Deel deze pagina