Menu

Onkostenvergoeding

Wethouders maken kosten voor de uitoefening van hun wethouderschap. Vanaf de dag dat een wethouder zijn benoeming aanvaard heeft, ontvangt hij ongevraagd een vergoeding voor deze kosten. Voor deze kosten mag geen afzonderlijke declaratie meer worden ingediend.

Verplichting

De maandelijkse onkostenvergoeding is door de invoering van de werkkostenregeling een maandelijks netto vergoeding geworden. De wethouder kan de onkostenvergoeding niet weigeren. De gemeente is verplicht deze te geven. De hoogte van de onkostenvergoeding is afhankelijk van de grootte van de gemeente. Als het wethouderschap in de loop van het kalenderjaar eindigt, volgt uitbetaling over de maanden van het jaar dat de wethouder het ambt vervulde.

Hoogte vergoeding

De hoogte van de vergoeding wordt elk jaar per 1 januari door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties vastgesteld. Hij past hem aan met de consumentenprijsindex van de maand september. Het ministerie van BZK informeert elk jaar eind november de gemeenten via een circulaire over de wijzigingen in de onkostenvergoeding

Onkostenvergoeding bij zwangerschap of ziekte

De wethouder die verlof heeft wegens zwangerschap of ziekte, ontvangt gedurende deze periode de helft van de vaste maandelijkse onkostenvergoeding. Deze regeling mist overigens terugwerkende kracht en geldt niet voor wethouders die voor 3 augustus 2011 het ambt van wethouder uitoefenen in dezelfde gemeente.

Deeltijd wethouders

De deeltijdwethouder ontvangt de onkostenvergoeding naar rato van zijn vastgestelde tijdbestedingsnorm. Hierbij wordt uitgegaan van het aantal uren per week. De vaste onkostenvergoeding is bedoeld voor de volgende kostencomponenten, waarbij de vaste verdeling naar percentages van de onkostenvergoeding overigens is losgelaten, omdat dit in de praktijk lastig te achterhalen was:

  • representatie
  • vakliteratuur
  • excursies
  • bureaukosten, porti
  • ontvangsten thuis
  • zakelijke giften

Deze kostencomponenten zijn niet uitputtend. Daarnaast zijn er ook nog andere kosten die ook voor eigen rekening moeten blijven. Voorbeelden zijn:

  • individuele consumpties buiten de werkplek (zoals koffie, thee, drankjes)
  • fooien in Nederland
  • verjaardagsgebak, attenties en cadeaus voor naaste collega’s
  • gelegenheidskleding, huur en reiniging van kleding, uitgaven voor persoonlijke verzorging
  • activiteiten van partijgenootschappelijke aard
  • abonnementen op kranten en tijdschriften en vakliteratuur die thuis worden ontvangen
  • representatieve aanpassingen aan de eigen woning en representatieve ontvangsten thuis

Meer informatie

Wet- en regelgeving via wetten.nl/zoeken

U bent hier

Deel deze pagina