Menu

Integriteitstoetsing kandidaat-wethouders

Het toenemend belang van integriteit in het openbaar bestuur en de wettelijke taak voor burgemeesters maken dat er een toenemende druk is om te komen tot enige vorm van toetsing/screening van wethouderskandidaten in het bijzonder rond of na de gemeenteraadsverkiezingen 2018. Hier zijn wat de Wethoudersvereniging betreft wel een aantal belangrijke uitgangspunten te stellen.

  • 1. De primaire verantwoordelijkheid voor een zorgvuldige kandidaatstelling ligt bij de betreffende lokale politieke partij die een kandidaat wil voordragen én bij de betreffende kandidaat samen.
  • 2. De (eventuele) rol van de burgemeester zou bij voorkeur de primaire verantwoordelijkheid moeten ondersteunen, en in ieder geval niet over moeten nemen.
  • 3. Toetsing zou zich daarom vooral moeten richten op bewustwording bij de kandidaat en zijn partij zelf, net als bij de kandidaatstelling van raadsleden.
  • 4. Bij raadsleden is toetsing door de commissie geloofsbrieven opgenomen in de procedure. Daarbij wordt getoetst of aan de formele vereisten voor beëdiging als raadslid is voldaan, alsmede of er eventueel conflicterende belangen zijn, die vooraf bekend en beoordeeld moeten worden, alvorens over te kunnen gaan tot beëdiging. Het democratisch uitgangspunt is dat het raadslidmaatschap in beginsel voor elke Nederlander openstaat. De uitsluitingen hierop zijn limitatief in de wet vastgelegd.
  • 5. Toetsing van wethouders zou bij voorkeur in het verlengde moeten liggen van de wijze waarop raadsleden worden getoetst. Ook hier geldt dat de uitsluitingen voor het wethouderschap formeel en limitatief zijn vastgelegd in de wet. Daarnaast wordt in toenemende mate (mee)gekeken naar de geschiktheid van de kandida(a)ten. De toetsing op integriteit kan onderdeel uitmaken van de beoordeling van geschiktheid van de kandida(a)ten.
  • 6. Eventuele zwaardere toetsing van wethouders zou moeten worden afgeleid uit de verschillen tussen het raadslidmaatschap en het wethouderschap. Gedacht kan worden aan specifieke portefeuilles of aan eigenstandige beslissingsbevoegdheden van het College, of in mandaat van de betreffende wethouder(skandidaat).
  • 7. Indien aan de orde, zouden kandidaten voorafgaand aan hun (openbare) kandidaatstelling bewust moeten zijn dát en waaraan wordt getoetst.
  • 8. Toetsing van de integriteit van de kandidaat-wethouder zou bij voorkeur zoveel mogelijk rekening moeten houden met de privacy van de betreffende kandidaat. De inbreuk(en) daarop zouden proportioneel moeten zijn in verhouding tot het belang dat daarmee gediend wordt

Naast deze uitgangspunten, zijn er ook een aantal vragen te stellen over een eventuele integriteitstoets. Ten behoeve van wie wordt er bijvoorbeeld getoetst (de raad? De burgemeester? Het college? etc.)? Op welke aspecten van integriteit wordt er getoetst en door wie? Aan de hand van welk normatief kader wordt de integriteit van de betreffende kandidaat getoetst? Wordt er getoetst op basis van informatie die de kandidaat zelf geeft of ook externe informatie ingewonnen. Het is voor wethouder(skandidaten) van belang van te voren duidelijkheid en zekerheid te hebben over deze zaken zodat zij weten wat ze kunnen verwachten en niet voor verrassingen gesteld worden.

U bent hier

Deel deze pagina